Doopsel

Wanneer de inwoners van Jeruzalem aan Petrus de vraag stellen "Wat moeten wij doen?" luidt zijn antwoord: "Bekeer u! Ieder van u moet zich laten dopen in de Naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden" (Hand 2, 37-38). De verrezen Heer zelf gaf zijn leerlingen de opdracht mee: "Ga en maak alle volkeren tot mijn leerling; doop hen in de Naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest" (Mt 28, 19).
Christen-zijn begint met het sacrament van het Doopsel.
In het doopsel worden mensen "opnieuw geboren uit water en heilige Geest", zoals Jezus uitlegt aan Nicodemus (Joh 3).
Wie gedoopt wordt, wordt verder op een diepe manier verbonden met Jezus Christus. Paulus verwoordt dit uitdrukkelijk: gedoopt worden is binnengaan in de dood van Christus, sterven en begraven worden met Hem maar ook met Hem verrijzen (vgl. Rom 6). In Christus worden we "herboren tot kind van God" waardoor we terecht God mogen aanspreken met "Abba, Vader" in het Onze Vader.
Door het doopsel treden we ook binnen in de gemeenschap van de Kerk. We worden lid van één grote familie van broeders en zusters, Gods gezin. We zijn allen kind van dezelfde God geworden.
Het belangrijkste symbool in de liturgie van het doopsel is water. De symboliek rond water beweegt zich rond twee brandpunten: leven en vruchtbaarheid enerzijds en dood en vernietiging anderzijds. Water bevrucht en water doodt, het brengt tot leven en doet verdrinken. Die twee brandpunten zijn ook aanwezig in het doopsel. We zeggen ja tegen het leven in Christus en treden in de kerkgemeenschap, maar er klinkt ook een krachtig ‘neen’ tegen de zonde en de machten van het kwaad. In het doopsel worden we bevrijd van alle zonden opdat we ‘deel zouden krijgen aan Gods eigen wezen’ (2 P 1, 4). Dit wordt bijzonder duidelijk in de liturgie wanneer het witte doopkleed wordt aangetrokken. De gedoopte krijgt te horen: “Leg de oude mens met zijn gedragingen af, bekleed u met de nieuwe mens, die wordt vernieuwd tot het ware inzicht, naar het beeld van zijn schepper” (Kol 3, 9-10).
 
In onze parochiefederatie heeft iedere parochie een "doopzondag".
1e zondag van de maand: Stevensweert en Ohé en Laak
2e zondag van de maand: Linne
3e zondag van de maand: Maasbracht
4e zondag van de maand: Brachterbeek 
 
(Het eerste doopsel begint altijd om 13.30u.)
 
Voorbereiding
 
De ouders van de dopelingen melden zich ruim van te voren aan bij de pastoor of de kapelaan die met hen een datum en een uur afspreekt. Er wordt gedoopt in groepjes van twee kinderen.
De ouders worden op de eerste dinsdag van de maand om 20.00u verwacht in het "parochiehuis" van Maasbracht (Kerkplein 2) voor een avond van doopvoorbereiding. Op die avond worden alle gegevens genoteerd die nodig zijn voor het doopregister en wordt met de ouders gesproken over de zin en de betekenis van het doopsel, over de verantwoordelijkheid van de ouders, peter en meter voor de gelovige opvoeding van hun kinderen, etc...
 
Bij gelegenheid van het doopsel vraagt de parochie een bijdrage van € 50,- Met dit geld wordt een gedeelte betaald van de kosten die de parochie draagt (verwarming, verlichting, boekjes, doopkaars, bedienaar).
 
Vragen die kunnen opkomen bij de aanvraag voor een doopsel:
 
1. Wat beloven we ons als we ons kind laten dopen?
Als je je kindje laat dopen doe je dat niet zomaar. Je wilt dat je kind de kans krijgt een gelovig mens te worden. Wie zijn kind laat dopen, verbindt zich ertoe om dat mogelijk te maken, bijvoorbeeld door het kind over God te vertellen, samen te bidden, in contact te brengen met de parochie, regelmatig een viering bij te wonen, in te schrijven voor de sacramentencatechese, het kind godsdienstles te laten volgen…
 
2. Kan ons kind gedoopt worden als wij het niet zijn?
Ja. Ieder kind heeft het recht gedoopt te worden ook als één van de ouders of beide niet gedoopt zijn. Daarbij mag je overigens niet vergeten wat we in antwoord op de vorige vraag zeiden: je neemt wel de verantwoordelijkheid op je om het kind gelovig op te voeden en de kans te bieden voor het geloof te kiezen. De doop gaat in de eerste plaats het kind aan. Dus kun je je kind laten dopen ook al ga je zelf niet (regelmatig) naar de kerk. Toch is het zinvol om bij de doop van je kind eens na te denken over je eigen band met de gemeenschap van de gelovigen.
 
3. Kunnen we ons kindje laten dopen ook al gaan we niet naar de kerk?
De doop gaat in de eerste plaats het kind aan. Dus kun je je kind laten dopen ook al ga je zelf niet (regelmatig) naar de kerk. Toch is het zinvol om bij de doop van je kind eens na te denken over je eigen band met de gemeenschap van de gelovigen. 
 
4. En wat als we niet zo zeker zijn van ons geloof?
De Kerk is blij met iedere vraag om een kindje te laten dopen. Ook in de kerkgemeenschap zijn wij zoekende mensen, die graag met jou die zoektocht en antwoorden erop delen. De doopvoorbereiding is geen examen dat je moet afleggen. Je kunt er met al je vragen terecht, ook met je twijfels en kritiek. Er wordt je niets opgelegd, wel word je gevraagd om je kind in zijn gelovige zoektocht te begeleiden of te laten begeleiden.
 
5. En als één van ons de doop niet wenst voor ons kind?
Een lastige vraag… Als je christelijk bent gehuwd, heb je beloofd je kind christelijk op te voeden. Daar hoort de doop bij. Het is dan goed hier eens met elkaar over te praten. Hoe dan ook volstaat voor de doop de vraag van één van de ouders, op voorwaarde dat de andere ouder zich er niet tegen verzet. Uiteraard mag dat geen aanleiding vormen tot een crisis in jullie relatie. In dat geval is het beter de doop uit te stellen.
 
6. Als ons kind wordt gedoopt, kunnen wij dan meteen ook gedoopt worden?
Dat zou kunnen, maar het is dan gewenst dat je eerst de voorbereidingstijd – catechumenaat genoemd – doorloopt en je huwelijkssituatie moet "in orde" zijn of worden gemaakt.
 
7. Kan ons kind later voor de Kerk trouwen als het niet is gedoopt?
Ja, als de andere persoon gedoopt is en wil huwen voor de Kerk. Je hoeft je kind dus niet om die reden te laten dopen. Wanneer je kind later christelijk wil huwen (of zijn eerste communie doen of het vormsel ontvangen) kan het zich dan laten dopen en vormen.
 
8. Kan ons kind worden gedoopt als wij niet zijn getrouwd?
Jazeker, maar ook hier geldt de voorwaarde dat je je tot taak stelt om je kind een christelijke geloofsopvoeding aan te bieden. Het is ook een gelegenheid om te overwegen of je zelf niet christelijk kunt huwen.
 
9. En wat als we aan het scheiden zijn?
Op zich is dat geen beletsel voor de doop van je kind. Het brengt natuurlijk wel spanningen te weeg… Je kunt je kind laten dopen als de andere ouder geen bezwaar maakt. Bij co-ouderschap is het goed als beide ouders bij de doopvoorbereiding worden betrokken.
 
10. Kunnen we een geadopteerd kind laten dopen dat misschien al werd gedoopt?
De doop is een eenmalig sacrament, je kunt het geen tweede keer ontvangen. Toch gebeurt het bij geadopteerde kinderen vaak dat de ouders niet weten of het kind al dan niet is gedoopt. In dat geval vindt een doop onder voorwaarden plaats. Dat is voor de ouders een gelegenheid om voor een gelovige opvoeding voor het kind te kiezen.
 
11. Moet een kind dat werd gedoopt in een andere christelijke kerk opnieuw worden gedoopt?
Niet altijd. Veel christelijke kerken erkennen elkaars doop. Anders ligt het wanneer de doop in een sekte plaatsvond.
 
12. Kunnen grootouders hun kleinkind laten dopen?
Onder normale omstandigheden niet. De ouders zijn de enige verantwoordelijken voor de aanvraag van de doop. Grootouders kunnen natuurlijk over God en Jezus met de kinderen praten en met hen bidden. Maar hoe graag ze soms ook zouden willen dat hun kleinkind wordt gedoopt, ze mogen dat niet in de plaats van de ouders doen, tenzij ze voogd zijn.
 
13. Wat is een geheime doop?
Dat is een doop die in het geheim wordt toegediend. Dat kan bijvoorbeeld in een land waar christenen worden vervolgd, of in extreme gevallen van conflicten in de familie.
 
14. Kan ons kind tijdens onze huwelijksplechtigheid worden gedoopt?
Het gaat om twee verschillende sacramenten, die liturgisch ook niet zo goed bij elkaar passen, dus: eigenlijk niet. Maar het is uiteraard wel mogelijk om, wanneer dat goed wordt gemotiveerd, de doop aansluitend op het huwelijk te vieren. 
 
15. Op welke leeftijd moet je je kind laten dopen?
De Kerk nodigt de ouders uit om het kind te laten dopen gedurende het eerste levensjaar. Het is een manier om God te danken voor het nieuwe leven en voor zijn liefde voor elke mens.
 
16. Kunnen wij ons kind niet beter later zelf laten kiezen voor een geloof en eventueel een doop?
Dat beslis je uiteindelijk zelf. We kunnen je wel twee denksporen voorleggen die elkaar aanvullen. Ten eerste: hebben jullie eerst aan je kind gevraagd of het wel geboren wilde worden in deze tijd, uit deze ouders, in dit land… Of wat er in zijn flesje moest? We nemen veel beslissingen in plaats van ons kind. Niet omdat we zijn vrijheid niet respecteren, wel om het te helpen groeien en groot worden. Je neemt die beslissingen voor het welzijn van je kind. Een kindje laten dopen is van dezelfde orde: je wil het graag zien opgroeien in geloof als heilzame levensweg.
Een tweede gedachtespoor: door zijn geboorte is je kind door God aanvaard en geliefd. Door het kindje te laten dopen geef je aan dat je dat erkent en er dankbaar voor bent. Het is een teken dat je met hem of haar mee wilt gaan op de tocht van het geloof, maar het neemt zijn of haar vrijheid om al dan niet te geloven niet weg.
 
17. Wat als ons kind zijn eerste communie wil ontvangen en nog niet is gedoopt?
Op de meeste plaatsen wordt de eerste communie aangeboden aan kinderen van 7 of 8 jaar (groep 4 – of groep 3 en 4). Als je kind dat wil of je wilt het zelf en het is nog niet gedoopt, dan moet dat nog gebeuren. Op die leeftijd krijgen kinderen een eigen voorbereiding. Het is voor jullie ook een kans om je eigen geloof of ongeloof te bevragen en met je kind het geloof te herontdekken.
 
18. Is er een bijzondere doopvoorbereiding voor een (ouder) gehandicapt kind?
De doop van een gehandicapt kind vraagt om een eigen aanpak, afhankelijk van de aard van de handicap. Er zijn specifieke methodes die daarmee rekening houden. Vraag dat aan de verantwoordelijke in je parochie. Nooit kan een mentale handicap een reden zijn om een kind niet te dopen.
 
19. Kan een volwassene de doop vragen?
Jazeker. Er zijn zelfs meer en meer mensen die dat doen. In Nederland en Vlaanderen meer dan duizend per jaar. Ze kiezen heel bewust voor het christen worden en vragen om het doopsel. Dat gebeurt in het zogenaamde catechumenaat.
 
20. Wat is het catechumenaat?
De voorbereidingstijd voor volwassenen die zich willen laten dopen. Er zijn vier etappes: de bekering, de aanmelding voor de doopvoorbereiding, de oproep van de bisschop en de eigenlijke doop in de paasnacht. Het catechumenaat drukt goed uit hoe de gelovige mens op weg wil gaan met Jezus en zo een nieuw leven wil ontdekken en binnengaan. Meer informatie over het catechumenaat vind je via je parochie of bisdom.
 
21. Hoe eraan beginnen?
Als je je kindje wilt laten dopen, kun je je tot de pastoor of de kapelaan van de parochiefederatie richten. Telefoonnummers vind je op de site van onze federatie.
 
22. Is de voorbereiding verplicht?
Wat heet verplicht? Als je iets belangrijk vindt, wil je daar wel even bij stilstaan. De voorbereiding gebeurt meestal samen met andere echtparen die een kindje hebben gekregen. Dat schept een bijzondere band. Je kunt er je horizon verruimen en nieuwe vrienden maken. Het is ook begrijpelijk dat de kerkgemeenschap je graag wil leren kennen.
 
23. Wat moeten we precies doen en hoeveel tijd kost ons dat?
De ouders komen naar de voorbereidingsavond (eerste dinsdag van de maand – 20.00u – in het parochiehuis – Kerkstraat 2 – Maasbracht). Samen wordt dan nagedacht over de doopviering, wat het betekent om je kind te dopen… Wees in dat alles jezelf en zeg wat je denkt en voelt. Ook wordt op die avond een doopformulier ingevuld met alle gegevens van de dopeling, de ouders, de peter en de meter.
 
24. Worden alle voornamen aanvaard?
Een naam geven is niet neutraal. Mensen hechten steeds meer belang aan de naam en de betekenis ervan. In de Kerk is dat steeds een gebruik geweest. De naam werd er verbonden met een heilige (de zogenaamde patroonheilige). Als je christen wordt, treed je immers binnen in de grote familie van christenen. In het Engels heet een voornaam trouwens nog steeds "christian name". Daarom is het wel een mooi symbool als het kind een naam draagt uit die familie. Als de naam die je op het gemeentehuis hebt aangegeven niet een dergelijke naam is, dan kun je  een tweede naam – een doopnaam – kiezen. Overigens zijn meerdere doopnamen mogelijk. In ieder geval wordt het kind gedoopt met de naam die je zelf gekozen hebt.
 
25. Meter en peter: wie kun je het best kiezen?
Er zijn weinig beperkingen bij het kiezen van een peter en een meter: ze moeten minimaal 16 jaar zijn en katholiek gedoopt en gevormd. Het is noodzakelijk iemand te vragen die betrokken is bij het geloof en het kind ook wil ondersteunen in zijn geloofsweg. Overigens hoef je geen peter én meter te nemen, één peter of meter volstaat.
 
26. Waartoe engageren ze zich als ze het peter- of meterschap aanvaarden?
De meter en de peter zijn meer dan slechts getuigen van de doop. Ze vertegenwoordigen de kerkgemeenschap. Ze worden ook geacht aanwezig te zijn bij de grote stappen die het kind in zijn geloof zal zetten: eerste communie, vormsel, enzovoort.
 
27. Moeten ze gedoopt zijn?
Jazeker. En ook moeten  ze het sacrament van het Vormsel ontvangen hebben en bovendien minstens 16 jaar zijn. In dit laatste kan de pastoor van de parochie "dispenseren".
 
28. Moeten ze de voorbereiding ook volgen?
Neen, ze zijn daar niet toe verplicht. Ze zijn uiteraard wel van harte welkom. Misschien is het voor hen ook een mooie kans om hun geloof te herontdekken.
 
29. Hoeveel meters en peters mogen er zijn?
Zoals gezegd is één peter of meter voldoende. Indien je goede redenen hebt om meerdere mensen te vragen, overleg dat dan met de verantwoordelijke van de parochie.
 
30. Wordt ons kind samen met andere kinderen gedoopt?
In onze parochies is ervoor gekozen om maximum 2 kinderen per viering te dopen.
 
31. Heeft de doop tijdens een eucharistie plaats?
Bij een kinderdoop gebeurt dat niet zo vaak. De H. Mis gaat bij een doopsel immers langer duren en dat komt de andere kerkgangers niet altijd goed uit. Adolescenten en volwassenen die worden gedoopt, ontvangen het doopsel tijdens de paasnacht en krijgen daarna onmiddellijk het vormsel en de eerste communie.
 
32. Moet het doopsel in onze eigen parochie plaatsvinden?
De algemene regel is dat de doop in de eigen parochie plaatsvindt. Het is de plaatselijke christelijke gemeenschap die het kind ontvangt en opneemt. Een andere oplossing is mogelijk, maar dan moet je dat goed overleggen met de verantwoordelijken van je eigen parochie.
 
33. Kunnen de kleine dopelingen al direct de communie ontvangen en het vormsel krijgen?
Bij het begin van het christendom, toen de volwassenendoop de regel was, werden de drie sacramenten tegelijk toegediend. Ze werden dan ook "initiatiesacramenten" genoemd, sacramenten van inwijding in het goddelijke leven. Door de kinderdoop is die opeenvolging niet meer direct. Kinderen vanaf 7 jaar kunnen wel het doopsel en de eerste communie samen ontvangen, en adolescenten en volwassenen de drie samen.
 
34. Kunnen we aan een bevriende priester of andere bedienaar vragen ons kind te dopen?
Ja dat kan. Je moet dat wel overleggen met de pastoor van je parochie.
 
35. Mogen wij de teksten voor het doopsel zelf kiezen?
Gedeeltelijk. Uit een keuze van teksten uit het Oude en Nieuwe Testament mag je de tekst kiezen die jou het meest aanspreekt voor de doop van je kindje. De teksten van de doop zelf liggen voor het grootste deel vast. Praat erover met de bedienaar.
 
36. Mogen we ons kind thuis of in een kapelletje laten dopen?
In principe wordt het kind in de kerk gedoopt, omdat het zo duidelijk wordt dat het opgenomen wordt in een gemeenschap. In uitzonderlijke gevallen is een huisdoop mogelijk, bv. bij ziekte. Overleg met de verantwoordelijke van de parochie.
 
37. Kan de doop een gelegenheid zijn om een feest te organiseren?
Natuurlijk! Naar aanleiding van de doop kun je met je familie en vrienden de "dubbele geboorte" van je kind vieren: het wordt opgenomen in de familie en wordt ook lid van de grote familie van christenen.
 
38. Kunnen wij een nieuwe meter of peter voor ons kind aanduiden?
Wanneer de meter of peter van een (jong) kind overleden is of wanneer het contact met de meter of peter verbroken is (bijvoorbeeld door een ernstige ruzie in de familie of vriendenkring, waarbij de verbroken band onherstelbaar blijkt te zijn), dan kan aan het (jonge) kind een nieuwe meter of peter toegewezen worden, wanneer de ouders dat nodig achten voor hun kind.
De meter of peter die bij het doopsel aanwezig was, kan evenwel niet geschrapt worden als meter of peter. Het is wel mogelijk om in de marge van het doopregister te laten vermelden dat vanaf een bepaalde datum persoon X (voornaam, naam) als meter of peter beschouwd wordt. Deze "nieuwe" meter of peter dient eveneens katholiek gedoopt en gevormd te zijn en minstens 16 jaar oud.
 
40. Wat "kost" het doopsel?
Bij gelegenheid van het doopsel vraagt de parochie een bijdrage van € 50,- Met dit geld wordt een gedeelte betaald van de kosten die de parochie maakt (verwarming, verlichting, boekjes, doopkaars, bedienaar).
 
Lees meer over het doopsel op de volgende site:
 
http://www.rkdocumenten.nl/rkdocs/index.php?mi=600&doc=1&id=1187
 
http://www.rkdocumenten.nl/rkdocs/index.php?mi=600&doc=4005&al=197&highlight=kinderdoop